Reed bundles On the Move

Reed bundles stacked in geometrical triangle | Hedy Hempe 2018

My artwork of reed bundles is exhibited at the National Tree Museum in Doorn, Hoge Veluwe. It is part of a walking route through the largest arboretum of the Netherlands, named after the creator of the park Von Gimborn. Participating artists are: Lidwina Charpentier, Peggy Eras, Jan Everwijn, Hedy Hempe, Peter Kuijl, Natasja van der Meer, Hester Pilz, Johan Sietzema, Jos Smink and Gonda van der Zwaag.

There is a linked exhibition at Waterlinie Museum, located in Ford at Vechten. The exhibition starts at 19th of August and will end at 28th of October 2018.

Award Bridges 2018

Me in front of Tekniska Museet in Stockholm 2018

When I signed in for the art exhibition of Bridges it was a surprise that my eggshell painting was choosen for the nominees exhibition, but I couldn’t foresee that the artwork would get a prize.

I had a wonderful time at Bridges in Stockholm this summer. I really enjoyed the conversations with nice and open minded people and the inspiring presentations of geometry in all its forms: visual art, music, dance and poetry.

During the closing evening the organisation the prize winners were announced. My 3-dimensional eggshell painting was rewarded by the visitors of the national museum of Science and Technology and the participants of Bridges.

H-spiral, goose eggshells on wood
Receiving an award at Bridges 2018

 

Møns Klint

Mons Klint, flint & limestone | Hedy Hempe 2018

Last week I visited Møns Klint, an island in Denmark, famous for its limecliffs. White and bright, reflecting in the sun. I brought a few stones, flint & limestone, up the stairs for 128 metres. They are a nice addition to my stone cirkel.

Rhino Stones | Hedy Hempe 2017
Evolution of a shape | Hedy Hempe 2017

H-spiral | Bridges 2018

H-spiral, goose eggshells on wooden panel, 100 x 100 cm, Hedy Hempe 2018

Mathematical structures are connected with nature, art, music and poetry. Visual art is the most natural way for me to show that. I am interested in constructing objects. Writing is a way to organize my thoughts and to articulate my philosophy. Music has broadened my perception of space, time and structures. I have discovered that everything is based on personal observation. The impressionist idea is the only way for me to understand life and death; everything is a transition from one moment to another. ‘Der Zeitraum’ where intellectual perception and emotional experience come together. Only art can make that tangible. Through art, poems and music I try to express the existence of human thinking and being and the endless beauty of nature and life.

FotoGRAFIEK | Enschede

In het kader van Maand van de Grafiek bent u van harte welkom op de tentoonstelling FotoGRAFIEK in de KunstWinkel  van de Zessprong a/d Roombeek in Enschede.

Het draait in deze expositie om het proces van het kijken en het grafische in een beeld. Waar kijken we naar, hoe komt het binnen en wat doen we ermee? Dat geldt zowel voor de fotograaf, voor de kunstenaar als voor u, de toeschouwer. De grenzen tussen grafiek en fotografie vervagen. Wat maakt een beeld grafisch, is dat alleen de techniek of ook het lijnenspel, contrast, verhouding tussen vorm, structuur en kleur? Vijf foto’s zijn het uitgangspunt voor nieuwe grafiekwerken van tien beeldend kunstenaars.

Deelnemende fotografen: Ebo Fraterman | Aalt van de Glind | Jolande Schotten | Suze van der Ster | Cyril Wermers

Deelnemende beeldend kunstenaars: Dirk Comello | Emmy Dijkstra | Polina Grinberg | Sarah Grothus | Clemens Jongma | Birgit Keulstra | Patrick Mangnus | Madelon Pels | Annerose Strijland | Wout Zweers

Curator: Hedy Hempe

Van de 5 foto’s en 10 grafiekwerken is een verzamelmapje met A5-postkaarten te verkrijgen voor € 15,-. Uiteraard kunt u ook de originele werken aanschaffen.

De expositie is te zien tot en met zondag 30 oktober. Openingstijden: wo t/m zo 13.00-17.00 uur.

wout-zweers_150dpi_mvdg-2016
Hoogdruk van Wout Zweers
Papierlithografie van Emmy Dijkstra
Papierlithografie van Emmy Dijkstra

BBK magazine 2016 – 2

Vrouw Kunst_BBK 2016

Moeder Natuur aan het werk

Tekst: Hedy Hempe

De redactie van dit magazine heeft mij gevraagd mijn verhaal te vertellen over hoe wij, mijn collega Elsbeth Cochius en ik in de samenwerking Natuurlijk Werk, als vrouwen tot kunstwerken komen.

Vorig jaar organiseerde het KunstenaarsCentrumBergen een tentoonstelling met de titel Vrouwelijke Blik en de tentoonstellingscommissie vroeg ons uitdrukkelijk of wij als Natuurlijk Werk een bijdrage konden leveren, vergezeld van een stuk tekst gerelateerd aan het thema. Tot dan toe hadden we nooit nagedacht over de ‘seksuele geaardheid’ van onze kunst. Zelf hadden we niet het idee dat onze kunst per se vrouwelijk was, tijdens ons werk zijn we niet bezig met het feit dat we vrouwen zijn.

Foto 2_Elsbeth Cochius_NW 2014Uiteindelijk stuurden we deze tekst ter begeleiding van onze foto’s die op de tentoonstelling te zien waren: ‘De verhouding tussen testosteron en oestrogeen in ons werk is wat ons betreft moeilijk te bepalen. Wij vinden ons werk vooral heel natuurlijk. Ook al gebruiken wij allerlei technieken zoals stapelen en vlechten, wij gaan intuïtief te werk. De omgeving en het materiaal inspireren ons tot een bouwsel. Het is de vraag of dat een typisch vrouwelijke of mannelijke manier van werken is. Het zou besloten kunnen liggen in het antwoord op de vraag: is de natuur of aarde een moeder en is god een man? Duidelijk is dat in de natuur mannen en vrouwen even belangrijk zijn in het kader van de voortplanting. De natuur is doorspekt met erotiek. Overal zijn duidelijke aanwijzingen terug te vinden, uitdagende vormen en aandachttrekkende kleuren. Maar in de natuur draait het niet alleen om de bevruchting, het biedt een leefomgeving voor de mens. Hoe ervaren mensen hun omgeving, wat doen zij met de natuur? Zij gaan het land bewerken, maken grotschilderingen en decoreren aardewerken potten. Zij willen zich ontwikkelen en zo ontstaat cultuur. De drang om iets te creëren is volgens ons niet specifiek vrouwelijk of mannelijk. Hoe dan ook we zijn niet bewust bezig met de vrouwelijkheid in onze kunst, wel proberen wij schoonheid te baren.’

Ik ga terug naar het jaar 2003, vier vrouwen besluiten bouwsels in de natuur te gaan maken. We gaan uitsluitend gebruik maken van materialen uit de natuur. Al gauw draait deze wekelijkse werkdag uit op een uitgebreide picknick in de natuur en van werken komt niet veel terecht. In november is het duidelijk, twee vrouwen gaan samen verder. De volgende jaren besteden we vooral aan het vastleggen van structuren, vormen en kleuren in de natuur. Na elke werkdag bestuderen we grondig en verrast de foto’s van onze vondsten, variërend van zwammen tot zandlagen, van boombast tot bloemstamper. Jaar in jaar uit vergroten we ons territorium en kammen we elk heideveld en stroomgebied uit. Tussendoor maken we al struinende bouwsels van materialen die ons aanspreken. Misschien appelleren we hiermee aan het oerinstinct van vrouwen om te verzamelen, terwijl mannen liever jagen.

Foto 1_Hedy Hempe_NW 2014

Misschien is dit ook wel een vrouwelijke aanpak: onze wekelijkse werkdag begint met het doornemen van dingen die we de afgelopen week hebben beleefd. Afhankelijk van de behoefte nemen we daar meer of minder tijd voor. Op de een of andere manier hebben we dat nodig om te ijken. Zo kunnen we elkaars gemoedstoestand aftasten en op elkaar afstemmen en het is een manier om los te komen van dagelijkse beslommeringen zodat we ons helemaal over kunnen geven aan het creatieve plan. Als dat punt eenmaal is bereikt voelen we ons één met de omgeving en met het werkproces. Dit inzicht is niet bewust ontstaan en soms werkt het niet. Dan lukt het niet om meteen samen aan iets te beginnen. Dan gaat ieder voor zich aan het werk. Het komt natuurlijk ook voor dat we het niet met elkaar eens zijn, maar dat mag geen belemmering zijn voor onze samenwerking. We vinden dat je ten behoeve van het resultaat altijd kritisch moet zijn.

Na het verkennen van de omgeving bepalen we onze werkplek, met welke materialen we gaan werken en het bouwsel dat we gaan maken. Dat gebeurt intuïtief. Na een korte inventarisatie is het in grote lijnen meestal wel duidelijk wat we gaan doen. We hebben wel geleerd flexibel te blijven; soms is het plan niet altijd uitvoerbaar zoals we ons hadden voorgesteld. Niettemin vinden we het de moeite waard om het uit te proberen. We vinden het een uitdaging iets nieuws uit te proberen en kijken hoe ver je kunt komen. Inmiddels hebben we ook ontdekt dat ieder over specifieke eigenschappen en vaardigheden beschikt. Waarschijnlijk is dat ook het succes van onze samenwerking. Terwijl de een de constructie bewaakt kan de ander zich concentreren op de details. Hierdoor zijn we in staat in korte tijd tot gewenst resultaat te komen.

Voor ons is het duidelijk: Natuurlijk Werk is een product van twee (vrouwelijke) kunstenaars, onze bouwsels komen alleen tot stand door samenwerking, dat is het bestaansrecht van Natuurlijk Werk. Na 13 jaar is het voor mij nog steeds een raadsel dat iedere keer weer unieke bouwsels ontstaan en dat het publiek zo dol is op Natuurlijk Werk. Misschien komt het doordat we met onze bouwsels en primitieve technieken het oergevoel, het universele zijn, in mensen aanspreken.

BBK magazine 1 2016

BBK magazine 1-2016

Een bouwer in het landschap

Tekst: Hedy Hempe

Vriend en kunsthistoricus Huub Mous over de passie en visie van Louis Le Roy; een mens met drang naar evenwicht tussen mens en natuur. Wat is de betekenis van de Ecokathedraal?

Ten noorden van Mildam, vlakbij Heerenveen ligt een stuk grond met daarop vreemde bouwwerken tussen bomen en struiken: de Ecokathedraal. Je waant je tussen de Maya-tempels in Mexico. De toren, muren en plateaus zijn gebouwd met afgedankte bouwmaterialen zoals stoeptegels, bakstenen, trottoirbanden. De stenen liggen los op elkaar want hier is cement verboden, zo heeft de in 2012 overleden ‘ecotect’ Louis Le Roy bepaald. Hij staat bekend als kunstenaar, architect en filosoof maar hij noemde zichzelf liever een ‘bouwer in ruimte en tijd’.

Net als de Oostenrijkse kunstenaar en architect Hundertwasser (1928-2000) verzet Le Roy zich tegen het rationalisme in de architectuur en gaan ze op zoek naar een ecologisch evenwicht tussen mens en natuur. Volgens hen wordt de leefomgeving verstoord door de rechthoekige lijnen van de moderne, socialistische architectuur en raakt de mens steeds verder van de natuur verwijderd. Hundertwasser hield niet van rechte lijnen, die kwamen in de natuur niet voor. Le Roy deelt deze filosofie met Hundertwasser. Beiden voorspellen dat de effecten van deze nihilistische stedenbouw voor allerlei sociaal-maatschappelijke problemen in de samenleving zorgen. Ondanks hun waarschuwingen worden ze mondjesmaat serieus genomen en blijven ze hierin tijdens hun leven op de achtergrond.

Louis Le Roy_BBK 1 2016Le Roy is in eerste instantie tekenleraar. Op de Tekenacademie (tegenwoordig KABK) in Den Haag haalt hij zijn aktes. In Heerenveen gaat hij les geven. Hij schijnt een strenge leraar te zijn, want de leerlingen moeten precies tekenen wat ze zien. Langzamerhand ontwikkelt hij zijn visie op het belang van natuur in de stedenbouw. Volgens kunsthistoricus Huub Mous is Le Roy één van de eersten in Nederland die reageert op het ecologisch bewustzijn en de kaalslag van de naoorlogse stedenbouw. De opkomst van de ecologische gedachte manifesteert zich begin jaren zestig van de vorige eeuw in Europa als reactie op snelle ontwikkeling van industrie en technologie. Le Roy verwerft eerst bekendheid met zijn ecologisch park aan de Kennedylaan in Heerenveen en later met de Ecokathedraal in Mildam. Hoewel zijn ideeën internationale erkenning krijgen, lukt het hem niet om tot de stedenbouwers door te dringen.

In 1997 raakt Mous met Le Roy bevriend. In de volgende vijftien jaar krijgt Mous inzicht in de visie van Le Roy omtrent de juiste verhoudingen tussen mens en natuur en hoe die volgens Le Roy op elkaar dienen te worden afgestemd. ‘Le Roy vond dat ieder mens zijn creatieve inbreng moet kunnen krijgen in de vormgeving van de stedelijke leefomgeving. Bovendien diende volgens hem één procent van het stedelijk oppervlak gereserveerd te worden voor symbiotische projecten waarbij de ruimte teruggegeven kon worden aan processen in de tijd. Hij zag als één van de eersten het spookbeeld van een moderne, dode stad opdoemen, waarin de tijd is uitgeschakeld en de participatie van de bewoners niet gewenst of zelfs verboden is.’

De gesprekken tussen Mous en Le Roy gaan over ruimte, creativiteit en vooral tijd. ‘De ruimte is van ons allemaal en de creativiteit van de mens is een oneindig potentieel in de tijd, dat hebben de kathedralen van de Middeleeuwen ons geleerd. Vooruitlopend op nieuwe ontwikkelingen in het denken over planologie, economie en creativiteit heeft Le Roy een eigen visie ontwikkeld en tot stand gebracht. De kunst van Le Roy schept vanaf microniveau ruimte voor de natuur in de tijd waarbij creativiteit van de mens een unieke katalysator wordt. Landschapsarchitectuur, planologie en stedenbouw zijn in zijn optiek een voortdurend proces in de tijd geworden. De vormgeving van de directe leefomgeving wordt een interactief gebeuren waaraan iedereen kan  deelnemen.’

Ecokathedraal_BBK 1 2016Wat kan één mens doen in een mensenleven, vroeg Le Roy zich af. Dertig jaar lang stapelde hij stenen op elkaar in de bossen van Mildam. Inmiddels hebben allerlei mensen aan de Ecokathedraal gewerkt. Om een goed beeld te krijgen van de processen tussen de samenwerking van mens en natuur zou het project Ecokathedraal volgens Le Roy dan ook minstens duizend jaar moeten duren. Maar hoe zal dat gaan? Volgens Mous ligt de ware betekenis van dit project niet in de historische waarde, maar in de actualiteit. De Ecokathedraal is geen afgesloten levenswerkelijkheid, maar een vitaal model voor het leven zelf, dat door structuren van macht en economie steeds meer in verdrukking komt.’ Om de continuïteit van het project te waarborgen is het onder gebracht in de stichting TIJD. Nog werkt een vast groepje stug door… Het zou mooi zijn als nieuwe bouwers zich aanmelden en doorgaan. Al was het maar om het besef dat de mens niet zonder natuur kan.

Louis G. Le Roy (Amsterdam 1924 – Oranjewoud 2012) is de schrijver van ‘Natuur inschakelen, natuur uitschakelen’ (1973) en ‘Rourtje Mondriaan’ (2003). Daarnaast ontving hij diverse prijzen zoals de Zilveren Anjer uitgereikt door het Prins Bernhard Cultuurfonds, in 2000 de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst en in 2007 de Gerrit Benner Prijs voor Beeldende Kunst van de Provincie Friesland.

 

BBK Magazine 4 2015/16

BBK 2015 nr 4

De kunstenaar en de Nieuwe Economie

Tekst: Hedy Hempe

Wat is de rol van de kunstenaar en de waarde van kunst in de nieuwe economie? Henry Mentink van het Veerhuis heeft samen met kunstenaar Pieter Kooistra (1922-1998) een plan ontwikkeld.

Ik verlaat de A1 richting Arnhem op weg naar het Veerhuis aan de Waalbandijk in Varik. Het landschap wordt steeds kaler. Tenslotte rijd ik de dijk op en heb ik een wijds uitzicht over de rivier de Waal. Verderop herken ik het Veerhuis van de foto op de website. Op deze plek praat ik met Henry Mentink, oprichter van het Veerhuis, over het ontstaan van het concept van het Village Trade Center, de opkomst van de Nieuwe Economie, de denkomslag die we moeten maken en tot slot de waarde en functie van kunst en de kunstenaar in de toekomst.

Schilderskist Pieter Kooistra in het Veerhuis aan de Waal.
Schilderskist Pieter Kooistra in het Veerhuis aan de Waal.

Village Trade Center >> Wat is het Veerhuis nu precies? Ik had wel wat tijd nodig om alle informatie op de website te lezen en vooral tot me door te laten dringen. Simpel gezegd is het Veerhuis een gebouw waarin het eerste Village Trade Center ter wereld is gevestigd, met het doel de lokale omgeving weer rijker te maken. Dit mini-handelscentrum wil gebruik maken van producten en diensten uit de omgeving. Door internet en telefonie kan vanuit zo’n handelsgebouw ook in een klein dorp gewerkt worden. De bedoeling is dat dit idee wordt opgepakt en overal in het land deze VTC’s verschijnen. Maar het Veerhuis gaat verder. Het is een concept dat is gebaseerd op kansen voor iedereen en een eerlijke verdeling van de welvaart. Om dit te realiseren is in eerste instantie een andere manier van denken noodzakelijk. Ondernemer en idealist Henri Mentink heeft een plan uitgewerkt aan de hand van het gedachtegoed van beeldend kunstenaar, schrijver en filosoof Pieter Kooistra. Zijn plan en inzet wordt inmiddels gesteund door bestuurders en banken en gewaardeerd door prijzen voor duurzaamheid.

Ontmoeting met Pieter Kooistra >> Een paar jaar voor zijn overlijden komt Henry Mentink in contact met beeldend kunstenaar Pieter Kooistra. ‘In 1991 heb ik mijn baan opgezegd. Ik had genoeg van de manier waarop grote bedrijven geld verdienen. Na een aantal vergeefse pogingen het bedrijf op een duurzaam spoor te brengen, besloot ik voor mezelf te beginnen. Het bedrijf MyWheels werd binnen een paar jaar een succes. Maar ik wilde mijn ideaal graag verder uitwerken en tijdens mijn zoektocht ontdekte ik de boeken van Pieter Kooistra. Naar aanleiding van zijn filosofie over het wereldbasisinkomen heb ik hem opgezocht. Na een aantal jaren van regelmatige gesprekken heeft hij mij UNO-box Pieter Kooistra_HMMH 2015gevraagd een praktisch bedrijfsplan voor de UNO-foundation te schrijven. Ik heb dat verbeeld door middel van een uitklapbare kubus. De binnenkant symboliseert energie, talenten, kracht, visie en identiteit, de buitenkant helpt deze bronnen te vertalen naar de omgeving. Door dit plan vindt iedereen een gelijkwaardig plek en functie.’

Denken en doen >> Henry Mentink werkt samen met Damaris Matthijsen voor Economy Transformers. Dit bedrijf is een netwerkorganisatie van vijfhonderd professionals die zich vrijwillig inzetten voor evenwicht tussen economie, mens en natuur. Samen hebben ze het concept vertaald naar een transitiemodel voor bedrijven die zich willen voorbereiden op de nieuwe economie en een leidraad voor mensen die vernieuwende economische initiatieven willen starten. Aan de hand van zes dimensies wordt duidelijk wat een bedrijf of persoon wil zijn en hoe je dat kunt laten zien. ‘Het begint met het bedenken van een goed, realistisch plan maar laten we het ook vooral uitvoeren. Het is een lang proces. Hoe het gaat lopen, is nu nog niet te overzien. Niet alleen de economie moet om, maar het leidt ook tot een andere vorm van bestuur. Hoe dan ook, als je eenmaal een beeld hebt van wat er moet gebeuren, dan moet je de tijd, het pad en het resultaat loslaten en aan het werk. Het universum doet de rest. ’

Betekenis van de kunstenaar >> Al pratende ontdekken we dat kunstenaars eigenlijk al lang volgens de principes van de nieuwe economie werken en leven. De nieuwe economie is gebaseerd op delen, hergebruik en ruilhandel. De kunstenaar doet niets anders. De meeste kunstenaars kunnen met moeite van hun kunst leven omdat kunst geen dagelijks consumptieproduct is. Het was en is voor kunstenaars gebruikelijk om hun werk te ruilen voor een dienst of een product. Om die reden ondervindt volgens Henry Mentink de kunstenaar juist problemen in een traditionele economie, die is gebaseerd op ratio, dualiteit en concurrentie. ‘De nieuwe economie heeft behoefte aan creativiteit en diversiteit. Een kunstenaar kijkt met andere ogen naar bestaande patronen. Daardoor ontstaat nieuwe mogelijkheden. Niet iedere kunstenaar is hetzelfde, maar kunstenaars denken wel vanuit eenheid. Juist omdat ze al zo leven hebben kunstenaars een sleutelrol in de nieuwe economie.’

Pieter Kooistra (1922-1998) >> Pieter Kooistra was niet alleen kunstenaar maar vooral ook filosoof en maatschappelijk geëngageerd. Hij is de bedenker van de kunstuitleen in Nederland. Hij wil zo veel mogelijk mensen in de gelegenheid stellen met kunst in contact te komen. Omdat kunst uit liefde wordt gemaakt, behoort het volgens hem tot de noodzakelijke behoeften. En toch staat kunst als laatste op het boodschappenlijstje. Wat Kooistra onderscheidt van zijn tijdgenoten is zijn sterke sociale betrokkenheid. Hij gaat op zoek naar oplossingen voor maatschappelijke problemen die steeds meer relevant blijken. Stichting UNO-inkomen is opgericht door Pieter Kooistra en is een onderdeel van stichting FEMI (Foundation to Earth, Mankind through Inspiration and Initiative).

BBK Magazine 3 2015

BBK Magazine 3_2015

Toekomst van de tekenkunst

Hedy Hempe in gesprek met Arno Kramer over het belang van vakmanschap, het gebrek aan aandacht hiervoor op de de Nederlandse kunstacademies en de – voorzichtige – terugkeer van de tekenkunst in een digitaal tijdperk.

Arno Kramer vindt het maar raar dat hij gevraagd wordt tentoonstellingen over tekenkunst te organiseren en openen zonder dat hij daarvoor heeft gestudeerd. Natuurlijk heeft  de beeldend kunstenaar en docent de nodige kennis op dit gebied, maar hij wil hiermee zeggen dat de tekenkunst in Nederland enorm ondergewaardeerd is.

“Ik voel me de spreekwoordelijke eenogige koning in het land der blinden en dat vind ik een kwalijke zaak. Tekenen lijkt tegenwoordig een hype, maar dat is schijn. Musea lokken bezoekers met allerlei tekenworkshops, maar op de kunstacademie wordt nauwelijks getekend.” Arno Kramer grijpt elke gelegenheid aan om de tekenkunst terug binnen de muren van de kunstacademie te krijgen. Een missie die allesbehalve eenvoudig is. “Tweehonderd jaar geleden was de ‘Teeken-Akademie’ een volwaardig instituut, tegenwoordig  worden studenten niet eens gestimuleerd om te gaan tekenen.” Voor hem reden om in 2008 Drawing Centre Diepenheim van de grond te tillen. In 2010 bracht hij, samen met Diana Wind, de Nederlandse tekenkunst vanaf 1960 succesvol onder de aandacht door de tentoonstelling All About Drawing. Werken van honderd bekende en onbekende Nederlandse tekenkunstenaars waren te zien in het Stedelijk Museum Schiedam. De catalogus was snel uitverkocht maar is weer verkrijgbaar dankzij een tweede druk.

Arno Kramer 1 200 dpi_HMMH 2015In tegenstelling tot ruim twee eeuwen geleden toen het tekenen tot kunst werd verheven krijgen studenten vandaag de dag nauwelijks nog professionele tekenles. Arno Kramer refereert in het Dertiende Tekeningencahier van Drawing Centre Diepenheim aan een boek uit 1767 met een lofdicht ‘Triomf der Teekenkunst’. De ode is bestemd voor de burgemeester van Amsterdam met het doel een ‘Teeken-Akademie’ op te richten. In de zeventiende en achttiende eeuw worden in Nederland diverse tekenscholen en –academies opgericht. De oudste is de Haagsche Teeken-Academie die al in 1682 is ontstaan. Daar wordt ’s avonds getekend en op zaterdag sociëteit gehouden en over kunst gesproken.  In eerste instantie zijn tekenopleidingen bestemd voor zowel jonge ambachtslieden als toekomstige architecten, maar gaandeweg melden zich ook leerlingen met kunstzinnige ambities. Tenslotte groeien de tekenscholen uit tot kunstacademies, kunstopleidingen die volgens Arno Kramer met tekenen weinig van doen hebben.

“Het tekenen is al jaren geleden naar de achtergrond gedrongen. Minerva in Groningen is altijd bekend geweest om gedegen tekenlessen, maar tekenen is nu een keuzevak en niet meer verplicht. Je kunt aan geen enkele academie in tekenen afstuderen.” Dat is volgens Arno Kramer de reden dat Drawing Centre Diepenheim voor elke masterclass veertig tot vijftig aanmeldingen krijgt. “Tijdens mijn docentschap aan de AKI in Enschede heb ik twintig jaar zitten stoken. De afdeling schilderen heette officieel ‘schilderen, tekenen & grafiek’, maar niemand maakte zich druk om het tekenen. Het werd links en rechts ondergebracht bij beeldhouwen, schilderen en mixed media. Uiteindelijk ben ik intern workshops tekenen gaan organiseren en dat liep als een trein.” De masterclasses van Drawing Centre Diepenheim omvatten enige dagen en de deelnemers zijn altijd enthousiast. “Naast tekenles hebben kunstenaars behoefte om over hun werk te praten. Meestal krijg je ze de deur niet meer uit!”

Tekenen is vooral doen. “Pathetisch gezien is tekenen het meest directe middel om iets kunstzinnig te zeggen. Tekenen is vaak ook heel ruimtelijk. Zoals de schetsen van beeldhouwers, ze denken ruimtelijk, in tegenstelling tot schilders die meer bezig zijn het aanbrengen van een beeld op het platte vlak.” Arno Kramer is van mening dat tekenen in traditionele zin een vaardigheid is. “Zonder die basis kan je je verhaal niet helder vertellen, je gevoel niet tot uitdrukking brengen. Het beheersen van techniek en kennis van materiaal vergroot de mogelijkheden. Het wil niet zeggen dat de definitie van tekenkunst zich beperkt tot papier en potlood. Tekenkunst is werk op of met papier, dus ook aquarel. Kunstenaars gaan binnen deze kunstvorm ook steeds meer grenzen opzoeken. Je ziet de laatste tijd bijvoorbeeld meer installaties waarin tekeningen en papier worden gebruikt. Maar behalve het verhaal gaat het uiteindelijk om de oorspronkelijkheid van het werk en dat komt uit de kunstenaar zelf.”

Arno Kramer 4a 200 dpi_HMMH 2015Het digitale tijdperk heeft de tekenles naar de achtergrond gedrongen. Waarom nog tekenen als je alles kunt fotograferen, bewerken en uitprinten? Maar hoe is het gesteld met de toekomst van de tekenkunst? “Gelukkig zie ik studenten die zich niets van deze tendens hebben aangetrokken en gewoon vier jaar lang hebben getekend. Op de eindexamententoonstelling van de academie in Den Haag zag ik het werk van Romy Muijrers. Volwassen werk en een eigen beeldtaal.” Kramer heeft mede door zijn gastdocentschap contact met diverse kunstacademies. Zijn pogingen de tekenkunst weer terug te krijgen in het curriculum van de kunstopleiding beginnen vruchten af te werpen. “ De laatste tijd gebeurt er wat, zoals onlangs een Tekeningenweek op de AKI in Enschede en de Jan van Eijk Academie in Maastricht geeft binnenkort een masterclass tekenen. In België zijn ze al verder. Aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent kan je in tekenen afstuderen. Een masters in tekenen doen, daar moeten we in Nederland ook naar toe.”